Een traditionele fietsketting heeft doorgaans een levensduur van 3.000 tot 6.000 kilometer, als gevolg van slijtage en corrosie. Voor een regelmatige fietser betekent dit vervanging om de zoveel tijd, namelijk elke 1 tot 2 jaar.
Volgens Laurens: “Deze kortere levensduur is vooral een gevolg van de metalen constructie, die gevoelig is voor slijtage.”
Daarbij komt dat metaal gevoelig is voor rek, alsook voor corrosie, waardoor de ketting sneller kapotgaat. In de eerste plaats kunnen meerdere factoren de levensduur verkorten, zoals weersinvloeden en onvoldoende onderhoud, bijvoorbeeld slechte smering.
Verschillende factoren kunnen de levensduur aanzienlijk verkorten. Daaruit volgt het volgende overzicht, dat bovendien helpt bij het herkennen van risico’s:
Ten eerste: rijden in natte of modderige omstandigheden, waardoor vuil zich ophoopt, wat dus extra slijtage veroorzaakt.
Ten tweede: onvoldoende of verkeerd smeren, waardoor wrijving toeneemt en onderdelen sneller verslijten dan normaal.
Ten derde: stof en vuil tussen de schakels, wat de soepelheid vermindert en waardoor prestaties achteruitgaan.
Daarnaast: extreme temperatuurverschillen, waardoor het metaal uitzet en krimpt, wat de ketting op den duur aantast.
Tot slot: zware belasting tijdens het fietsen, waardoor de ketting rekt en dus minder efficiënt werkt.
Een ketting is aan vervanging toe zodra deze begint te rekken, wat merkbaar is tijdens het schakelen en fietsen.
Daarbij komt dat een raspend geluid tijdens het fietsen vaak een teken is dat de ketting versleten is.